Bodin et la souveraineté PDF

Naar navigatie bodin et la souveraineté PDF Naar zoeken springen Soevereiniteit is het recht van een bestuursorgaan om het hoogste gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is verschuldigd aan een ander orgaan. In moderne staten is al het recht doorgaans terug te voeren op de grondwet of constitutie. Door middel van het soevereiniteitsbegrip wordt aangegeven waarom de grondwet geldt.


Comment disposer d’un pouvoir politique suffisamment dégagé de toute entrave pour pourvoir en toutes circonstances la communauté des lois dont elle a besoin ? En imaginant une combinaison possible entre l’efficacité du pouvoir et la garantie des sujets, l’oeuvre politique de Jean Bodin (1529-1596) se situe donc aux origines de la réflexion moderne sur le droit de l’Etat. « Copyright Electre »

In het geval van volkssoevereiniteit is dat bijvoorbeeld zo omdat het volk geacht wordt zichzelf die constitutie te hebben gegeven. In het geval van vorstensoevereiniteit wordt de vorst geacht de constitutie te hebben gegeven. In het internationaal recht is soevereiniteit een belangrijk concept, omdat het gaat om het respect voor elkaars grenzen en het recht om gezag uit te oefenen binnen de grenzen van een nationale staat, het zelfbeschikkingsrecht. De uitwerking van het begrip soevereiniteit door Bodin moet begrepen worden tegen de achtergrond van de Hugenotenoorlogen.

Om vrede en rust terug te brengen in de samenleving, meende Bodin net als Machiavelli dat een sterk gezag nodig was. Opmerkelijk is dat Bodin de soevereiniteit niet probeerde te legitimeren met verdragen of principes als het droit divin, het goddelijk recht dat vorsten zouden hebben. Ten tijde van Bodin waren er weinig heersers die aanspraak konden maken op de absolute macht in hun landen. Dit veranderde langzaam door een proces van staatsvorming onder druk van de concurrentie tussen de westerse staten. Er vond een consolidatie plaats van zo’n duizend zelfstandige politieke eenheden rond 1300 en zo’n vijfhonderd rond 1500, tot enkele tientallen in 1900. De Vrede van Münster en Westfalen in 1648 maakte een einde aan de verschillende conflicten die op dat moment in Europa werden uitgevochten. Tijdens de vredesonderhandelingen was het idee van politieke eenheden zonder hoger gezag al helemaal ingeburgerd.

Met deze vrede werden de onderlinge verhoudingen in Europa voor het eerst gebaseerd op soevereiniteit en niet op de onderlinge verhoudingen van de vorsten. Dit werd uiteindelijk het uitgangspunt van de nieuwe inrichting van Europa. Tegelijkertijd beteugelde het op termijn echter ook de macht van de heerser. De idee van de soevereine staat was zo sterk dat na 1648 langzaam allerlei andere vormen van bestuur verdwenen. De Hanze bijvoorbeeld kon niet meer functioneren in de nieuwe orde. Uiteraard had in een eerder stadium een verandering van de handelsstromen en handelseconomie al gezorgd voor een afbrokkeling van de Hanze, zodat zij haar positie niet kon handhaven.

Een ander verschijnsel van de maatschappij dat is verdwenen en zijn rechtsgeldigheid heeft moeten afstaan aan de staat zijn de rechtsgeldigheid van adelcontracten of Huisverdragen. De adel heeft zijn macht moeten afstaan aan de staat en de rechtsgeldigheid van onderlinge verdragen over opvolging zijn daarmee onder druk komen te staan. Het belang van de Vrede van Münster en Westfalen voor soevereiniteit is enorm groot. In het sluiten van die vrede bleken drie dingen over soevereiniteit. Aan de ene kant is soevereiniteit het niet hebben van een hogere macht boven de staat.